direct naar inhoud van Regels
Plan: Mortiere Fase 6B Herziening
Status: ontwerp
Plantype: uitwerkingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0687.BPUMORF6BH-ON01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In het plan wordt verstaan onder:

1.1 plan

het uitwerkingsplan Mortiere Fase 6B Herziening met identificatienummer NL.IMRO.0687.BPUMORF6BH-ON01 van de gemeente Middelburg.

1.2 uitwerkingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.

1.3 bestemmingsplan

het bestemmingsplan “Mortiere”, vastgesteld door de gemeenteraad op 7 juli 2014 en vervat in het bestand NL.IMRO.0687.BPMOR-VW02.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 2 Groen

2.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. beplanting;
  • b. bruggen;
  • c. voet- en fietspaden;
  • d. parkeerplaatsen;
  • e. bermen;
  • f. water;
  • g. geluidwerende voorzieningen;
  • h. speelvoorzieningen;
  • i. kunstwerken/objecten;
  • j. nutsvoorzieningen.
2.2 Bouwregels

Op de voor 'Groen' bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen zijn toegestaan, met dien verstande dat:
    • 1. de oppervlakte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 15 m2;
    • 2. de goothoogte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 3 m;
    • 3. de bouwhoogte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 4,5 m.
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte van (licht)masten niet meer mag bedragen dan 9 m;
    • 2. de bouwhoogte van speelvoorzieningen niet meer mag bedragen dan 12 m;
    • 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 3 m.

Artikel 3 Tuin

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;
  • b. ondergeschikte bouwdelen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;
  • c. ontsluiting;
  • d. parkeerplaatsen, met dien verstande dat geen parkeerplaatsen zijn toegestaan in de voortuinen van aaneengebouwde woningen;
  • e. bermen;
  • f. water;
  • g. (ondergrondse) nutsvoorzieningen.
3.2 Bouwregels

Op de voor 'Tuin' bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. tot op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen behorende ondergeschikte bouwdelen zoals stoepen, stoeptreden, funderingen, balkons, entreeportalen en afdaken, alsmede andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, met dien verstande dat de diepte niet meer bedraagt dan 1,5 m;
  • b. gebouwen in de vorm van erkers, met dien verstande dat per erker de volgende regels gelden:
    • 1. de oppervlakte bedraagt niet meer dan 6 m2;
    • 2. de diepte bedraagt niet meer dan 1,5 m;
    • 3. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4 m;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen voor de rooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m;
    • 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen niet meer mag bedragen dan 3 m.

Artikel 4 Verkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen, bestaande uit ten hoogste twee maal één doorgaande rijstrook;
  • b. bruggen;
  • c. fiets- en voetpaden;
  • d. parkeerplaatsen;
  • e. bermen;
  • f. watergangen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals waterinfiltratie en -transportvoorzieningen en ondergrondse bergbezinkbassins;
  • g. geluidwerende voorzieningen;
  • h. beplanting;
  • i. (ondergrondse) nutsvoorzieningen;
  • j. ondergeschikte bouwdelen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen.
4.2 Bouwregels

Op de voor 'Verkeer' bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. tot op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen behorende ondergeschikte bouwdelen zoals stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, alsmede andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, met dien verstande dat de diepte niet meer bedraagt dan 1,5 m;
  • b. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, met dien verstande dat:
    • 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 15 m2;
    • 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte van (licht)masten niet meer mag bedragen dan 9 m;
    • 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 3 m.

Artikel 5 Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen in woningen;
  • b. ten behoeve van de bestemming behorende tuinen, erven, parkeervoorzieningen, wegen en paden.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen worden gebouwd:
    • 1. ter plaatse van het bouwvlak:
      • hoofdgebouwen;
      • aan- en uitbouwen;
      • bijgebouwen;
      • bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
    • 2. buiten het bouwvlak:
      • aan- en uitbouwen;
      • bijgebouwen;
      • bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. voor het woningtype geldt het volgende:
    • 1. woningen mogen worden gebouwd in het woningtype vrijstaand, twee aaneen, aaneengebouwd of gestapeld, met dien verstande dat:
      • ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' uitsluitend gestapelde woningen en aaneengebouwde woningen zijn toegestaan;
      • ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' uitsluitend aaneengebouwde woningen zijn toegestaan;
  • c. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste:
    • 1. bij vrijstaande woningen 2,5 m;
    • 2. bij twee aaneengebouwde woningen tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen 2,5 m;
    • 3. bij aaneengebouwde woningen en gestapelde 0 m;
  • d. van een bijgebouw ligt de voorgevel ten minste 3 m achteren de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat dit niet geldt voor een bijgebouw bij gestapelde woningen;
  • e. in afwijking van het bepaalde in lid 5.2.1 sub d bedraagt de afstand tussen de voorgevel van een bijgebouw dat als garage wordt gebouwd en de voorgevel, ten minste 5 m;
  • f. per bouwperceel zijn buiten het bouwvlak niet meer dan 2 vrijstaande bijgebouwen toegestaan;
  • g. alvorens een omgevingsvergunning, gericht op (bouw)werkzaamheden in het kader van de doeleinden zoals bedoeld in lid 5.1 verleend kan worden, dient inzichtelijk te worden gemaakt dat zal worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen, waarbij de in lid 5.5 sub e gestelde parkeernormen in acht moeten worden genomen.
5.2.2 Maatvoering

De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:

    bouwwerk   goothoogte   bouwhoogte    oppervlakte / inhoud / overig   
a.   hoofdgebouwen   zie maatvoeringsaanduiding   zie maatvoeringsaanduiding   -  
b.   aan- en uitbouwen en bijgebouwen   3 m   6 m   per bouwperceel buiten het bouwvak 40% en 40 m2   
c.   aan- en uitbouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogte aan- en uitbouwen'   gelijke maatvoering als hoofdgebouw    gelijke maatvoering als hoofdgebouw   gelijke maatvoering als hoofdgebouw   
d.   overkappingen   -   3 m   -  
e.   erkers   -   4 m   6 m2 / diepte 1,5 m  
f.   erfafscheidingen voor de voorgevel   -   1 m   -  
g.   overige erfafscheidingen   -   2 m   -  
h.   overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   -   3 m   10 m2   

5.3 Nadere eisen
5.3.1 Bijgebouwen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de situering en de goothoogten van bijgebouwen, indien de afstand tot de perceelsgrens over een lengte van meer dan 2,5 m minder dan 1 m bedraagt, teneinde te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onnodig nadelige veranderingen teweeg brengt in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en / of in de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende bebouwing, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. het stellen van nadere eisen leidt er niet toe dat daardoor de gebruikswaarde van de gronden onevenredig wordt geschaad;
  • b. het stellen van nadere eisen leidt er niet toe dat de goothoogten van (delen van) gebouwen minder dan 2,5 m zou moeten bedragen.
5.3.2 Kapvormen en dakkapellen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de kapvorm en situering en vorm van dakkapellen ten einde een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld te behouden, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. het stellen van nadere eisen leidt er niet toe dat daardoor de gebruikswaarde van de gronden onevenredig wordt geschaad;
  • b. bij (grotendeels) plat afgedekte woningen mag de nadere eis worden gesteld dat de bestaande kapvorm / afdekking wordt behouden;
  • c. nadere eisen mogen worden gesteld om te voorkomen dat het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld niet wordt aangetast;
  • d. nadere eisen mogen worden gesteld om het behoud van de hoofdvormen van kapvormen, zoals een lessenaarsdak, zadeldak of asymmetrisch dak te waarborgen.
5.3.3 Groene erfafscheidingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de soort en vorm van erfafscheidingen als bedoeld in lid 5.2.2 sub f en g voor een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld met groene uitstraling, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. het stellen van nadere eisen leidt er niet toe dat daardoor de gebruikswaarde van de gronden onevenredig wordt geschaad;
  • b. nadere eisen mogen worden gesteld voor een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld met groene uitstraling door te stellen dat het gedeelte van de erfafscheiding hoger dan 1 m met een groene beplanting wordt uitgevoerd.
5.3.4 Erkers

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de situering en vorm van erkers als bedoeld in lid 5.2.2 sub e voor een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. het stellen van nadere eisen is er op gericht dat erkers dezelfde afmeting, vorm, afdekking en situering krijgen als bij woningen met een vergelijkbare vormgeving en architectuur, zodat een samenhangend straatbeeld wordt bereikt;
  • b. het stellen van nadere eisen kan resulteren in verschillende erkers op aangrenzende percelen bij woningen die in afmeting, vorm, afdekking en architectuur afwijken;
  • c. het stellen van nadere eisen leidt er niet toe dat daardoor de gebruikswaarde van de gronden onevenredig wordt geschaad.
5.4 Afwijken van de bouwregels
5.4.1 Diepte bouwvlakken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 sub a onder 1 voor het toestaan van hoofdgebouwen buiten het bouwvak, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de diepte van woningen mag niet meer 20 meter bedragen;
  • b. de bevoegdheid tot afwijken brengt geen relevante veranderingen teweeg in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en / of in de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende bebouwing;
  • c. bevoegdheid tot afwijken wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
5.4.2 Afwijken bouwwijze

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 sub a en b voor het realiseren van patiowoningen, al dan niet buiten het bouwvlak, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 7,5 m;
  • b. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheid worden niet onevenredig aangetast;
  • c. aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken wordt geen onevenredig afbreuk gedaan;
  • d. de parkeerbalans van de woonwijk Mortiere mag niet worden verstoord;
  • e. de afwijking is stedenbouwkundig aanvaardbaar.
5.4.3 Uitbreiding gebouwen en overkappingen voor de voorgevelrooilijn of aan de zijkant van de woning

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 sub d en e teneinde voor de voorgevelrooilijn of aan de zijkant van de woning, bijgebouwen of overkappingen te kunnen toestaan, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de bevoegdheid tot afwijken leidt er niet toe dat de in lid 5.2.2 sub b genoemde maximale oppervlakte wordt overschreden;
  • b. de bevoegdheid tot afwijken heeft niet tot gevolg dat het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en verkeersveiligheid onevenredig worden aangetast;
  • c. aangetoond dient te zijn dat de voorwaarde voor een andere situering op het perceel een te vergaande beperking is;
  • d. bevoegdheid tot afwijken wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
5.4.4 Afstand voorgevel van een bijgebouw tot de voorgevel van het hoofdgebouw

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 sub e teneinde een afwijkende afstandsmaat te kunnen toestaan, met in achtneming van de volgende regels:

  • a. de bevoegdheid tot afwijken leidt er niet toe dat de in lid 5.2.2 sub b genoemde maximale oppervlakte wordt overschreden;
  • b. de bevoegdheid tot afwijken heeft niet tot gevolg dat het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en verkeersveiligheid onevenredig worden aangetast;
  • c. aangetoond dient te zijn dat de voorwaarde voor een andere situering op het perceel een te vergaande beperking is;
  • d. bevoegdheid tot afwijken wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
5.4.5 Oppervlakte erfbebouwing

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub b ten einde een grotere oppervlakte te kunnen toestaan, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. bevoegdheid tot afwijken tot 50% mag worden toegepast om bijgebouwen en overkappingen te kunnen uitbreiden tot ten hoogste 40 m2, met dien verstande dat buiten het bouwvlak een aaneengesloten onbebouwde en niet-overkapte oppervlakte wordt gehandhaafd van ten minste 25 m2;
  • b. bevoegdheid tot afwijken mag worden toegepast om bijgebouwen en overkappingen te kunnen uitbreiden tot ten hoogste 80 m2, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van 40% niet wordt overschreden;
  • c. de oppervlakte van het perceel ten minste 1.000 m2 bedraagt;
  • d. bevoegdheid tot afwijken wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
5.4.6 Dakopbouwen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de in lid 5.2.2 sub a bedoelde bouwhoogte, teneinde dakopbouwen te kunnen toestaan, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de hoofdvorm van de dakopbouwen komt overeen met de hoofdvorm van dakopbouwen in de woonbuurt;
  • b. in geval in de woonbuurt nog geen dakopbouwen zijn geplaatst, is een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan alleen toegestaan indien het woningtype, de inrichting en / of de omvang hier aanleiding toe geven;
  • c. situering van een dakopbouw leidt niet tot een extra bouwlaag;
  • d. bevoegdheid tot afwijken wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
5.4.7 Bouwhoogte bijgebouwen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub b inzake de bouwhoogte teneinde hogere bijgebouwen te kunnen toestaan, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de goot- en bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 m;
  • b. de bevoegdheid tot afwijken brengt geen relevante veranderingen teweeg in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en / of in de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende bebouwing;
  • c. bevoegdheid tot afwijken wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
5.4.8 Bouwhoogte erkers

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub e inzake de bouwhoogte teneinde hogere erkers te kunnen toestaan, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 m;
  • b. de afwijking komt voor bij woningen met een vergelijkbare vorm en architectuur;
  • c. de bevoegdheid tot afwijken brengt geen relevante veranderingen teweeg in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en / of in de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende bebouwing;
  • d. bevoegdheid tot afwijken wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
5.5 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. het aantal woningen bedraagt ten hoogste 65;
  • b. permanente bewoning of tijdelijke bewoning in vrijstaande bijgebouwen is niet toegestaan;
  • c. op de gronden met de bestemming Wonen is – in samenhang daarmee – ook het gebruik toegestaan van gedeelten van hoofdgebouwen, inclusief aan- en uitbouwen, voor vrije beroepen, voor zover:
    • 1. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
    • 2. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
    • 3. het geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreffen dat deze kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
    • 4. er geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met het beroep of bedrijf aan huis;
    • 5. ten hoogste 30% van het vloeroppervlak, met een maximum van 50 m2, van de woning inclusief aan en uitbouwen ten behoeve van een vrij beroep in gebruik zal zijn;
    • 6. het bedrijvigheid betreft die niet onder de werking van de Wet milieubeheer valt;
    • 7. het beroep niet wordt beoefend in een vrijstaand bijgebouw;
  • d. op de gronden met de bestemming Wonen zijn een bedrijf aan huis en logies niet toegestaan;
  • e. voor het gestelde in lid 5.2.1 sub g gelden voor de aanleg van parkeerplaatsen de volgende normen:
    • 1. woningen duur minimaal 1,9 en maximaal 2,1 parkeerplaatsen per woning;
    • 2. woningen middelduur minimaal 1,7 en maximaal 1,9 parkeerplaatsen per woning;
    • 3. woningen goedkoop minimaal 1,4 en maximaal 1,7 parkeerplaatsen per woning.
5.6 Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1 Bedrijf aan huis en bed en breakfast

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.5 teneinde het gebruik van gedeelten van hoofdgebouwen, inclusief bijbehorende bouwwerken, voor een bedrijf aan huis en bed en breakfast toe te staan, voor zover:

  • a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • b. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
  • c. het geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreffen dat deze kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
  • d. er geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met het bedrijf aan huis;
  • e. ten hoogste 30% van het vloeroppervlak, met een maximum van 50 m2, van de woning inclusief aan en uitbouwen ten behoeve van het aan huis of een bed en breakfast in gebruik zal zijn;
  • f. het bedrijvigheid betreft die niet onder de werking van de Wet milieubeheer valt;
  • g. het beroep niet wordt beoefend in een vrijstaand bijgebouw.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Overige regels

Het bepaalde in de volgende paragrafen van de regels van het bestemmingsplan "Mortiere" van de gemeente Middelburg is onverkort van toepassing op het uitwerkingsplan "Mortiere Fase 6B Herziening":

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Artikel 2 Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 17 Wonen - Uit te werken

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 25 Anti-dubbeltelbepaling

Artikel 26 Algemene bouwregels

Artikel 27 Algemene afwijkingsregels

Artikel 28 Algemene aanduidingsregels

Artikel 29 Algemene wijzigingsregels

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 7 Overgangsrecht

7.1 Overgangsrecht bouwwerken
7.1.1

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
7.1.2

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 7.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 7.1.1 met maximaal 10%.

7.1.3

Lid 7.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

7.2 Overgangsrecht gebruik
7.2.1

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

7.2.2

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 7.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

7.2.3

Indien het gebruik, bedoeld in lid 7.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

7.2.4

Lid 7.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 8 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het uitwerkingsplan 'Mortiere Fase 6B Herziening'.