direct naar inhoud van 4.3 Archeologie
Plan: Golsteinseweg 6
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0687.BPBGMGOL-VG99

4.3 Archeologie

Beleidskader

In Europees verband is het “Verdrag van Malta” tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden wordt, naast de bestaande regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, dus de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald.

De provincie Zeeland en gemeente Middelburg streven naar een versterking van de relatie tussen archeologie en ruimtelijke ordening. In de geest van het Verdrag van Malta is in 2007 een wijziging van de monumentenwet 1988 in de vorm van de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) van kracht geworden. Een belangrijk onderdeel van de WAMZ is dat de verantwoordelijkheid voor het cultureel erfgoed bij de gemeenten komt te liggen. In de WAMZ wordt geregeld dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Volgens de wet kan in het belang van de archeologische monumentenzorg bij een bestemmingsplan worden bepaald dat de aanvrager van een aanleg- en bouwvergunning een rapport dient over te leggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is vastgesteld.

Vooruitlopend op de WAMZ hebben de Walcherse gemeenten een eigen archeologiebeleid geformuleerd en vastgesteld in de Nota Archeologische monumentenzorg Walcheren 2006, die in 2008 is geëvalueerd in de Nota Archeologische monumentenzorg Walcheren evaluatie 2008. Deze laatste nota schrijft nu het vigerende archeologiebeleid binnen de gemeente Middelburg voor, waardoor het provinciale archeologiebeleid op de tweede plaats komt. Om ervoor te zorgen dat het Nederlandse archeologisch erfgoed wordt beschermd en er bij ruimtelijke afwegingen rekening wordt gehouden met archeologische waarden, is vanuit het Rijk een Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS) opgemaakt, waarin alle bekende archeologische waarden zijn opgenomen. Terreinen van archeologisch belang of waarde zijn vastgelegd op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Om een indicatie te krijgen voor een archeologische verwachting is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld in de vorm van de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Beide kaarten, naast enkele historische kaarten, liggen aan de basis van de Walcherse archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. De vrijstellingsregeling behorende bij het Walchers archeologiebeleid gaat uit van deze laatste kaart.

Onderzoek en resultaten

Naar aanleiding van de ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt heeft adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd met behulp van boringen (karterende fase) uitgevoerd in het plangebied. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het rapport "Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (karterende fase), BAAC rapport V-11.0188, juni 2011". In deze paragraaf wordt volstaan met in het onderzoeksrapport opgenomen samenvatting.

In opdracht van HB-Architecten heeft onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (karterende fase) uitgevoerd in het plangebied Golsteinseweg 6 te Middelburg. De plannen voor de locatie hebben betrekking op nieuwbouw, waarbij tot circa 75 cm onder maaiveld (-mv) zal worden ontgraven. Het plangebied ligt ten noorden van de bebouwde kom van Middelburg.

Op grond van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied ligt ter hoogte van een oude kreek. Als vanaf de 9e eeuw reliëfinversie optreedt en de (verlandde) kreken als hoger gelegen ruggen in het landschap liggen, raken deze zogenaamde kreekruggen geschikt voor bewoning. Volgens historische bronnen zou direct naast het plangebied een vliedberg en/of motte hebben gelegen met de naam Fruitberg. Deze berg is in de 17de of 18de eeuw afgegraven, maar mogelijk zijn resten hiervan met laat-middeleeuws aardewerk aangetroffen bij een booronderzoek. Het gebied is aangemerkt als een terrein van archeologische waarde (monumentnummer 11323). Op 17de en 18de eeuwse kaarten maakt het plangebied zelf in ieder geval deel uit van een buitenplaats. Daarna bestaat het grondgebruik uit akkerland. In tweede helft van de 20s t e eeuw ontstaat de huidige bebouwing en wordt het gebied gebruikt voor de kweek van bomen. Mogelijk is eventuele archeologie hierbij verstoord geraakt.

Samenvattend geldt een specifiek hoge verwachting op archeologische resten en/of sporen vanaf de vroege middeleeuwen (complextype: vliedberg/motte, nederzetting onbepaald, ontginningssporen) tot en met nieuwe tijd (complextype: buitenplaats).

In het veldonderzoek blijkt dat aan de westzijde van het plangebied een gemiddeld circa 75 cm dikke cultuurlaag ligt. Aan de bovenzijde bevat het baksteen (late middeleeuwen B tot heden) en onderin aardewerk (vroege middeleeuwen B en late middeleeuwen B) en huttenleem, bot en spikkels houtskool. De top van de kreekafzettingen bevat waarschijnlijk fosfaat. Aan de oostzijde is het humusgehalte lager. Baksteen in twee boringen is moeilijk dateerbaar. De humeuze laag ten noorden van het woonhuis is recent verstoord. Ten zuiden van het woonhuis betreft het een bouwvoor. Eventuele archeologische sporen en/of resten in bovenkant van de kreekafzettingen kunnen echter niet uitgesloten worden. Onder de humeuze toplaag liggen in het gehele plangebied kreekafzettingen.

Er geldt een specifiek zeer hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten aan de westzijde van het plangebied (vroege middeleeuwen t/m late middeleeuwen) en een hoge verwachting op de nieuwe tijd. Aan de oostzijde van het plangebied geldt een specifiek middelhoge verwachting vanaf de vroege middeleeuwen tot en met nieuwe tijd. Indien bodemverstorende activiteiten plaatsvinden, adviseert BAAC bv dat vervolgonderzoek noodzakelijk is in vorm van een proefsleuvenonderzoek tot ten minste in de top van kreekafzettingen.

Beoordeling en conclusie

Gezien de mate en de vorm van het bouwplan aan de Golsteinseweg 6 acht de Walcherse Archeologische Dienst het geadviseerde vervolgonderzoek bij bodemverstorende activiteiten in de vorm van waarderende proefsleuven te zwaar aangezet. Alleen ter hoogte van de nieuwbouw zullen dieper gaande bodemverstoringen plaats vinden. Ook bij de sloop van de ondergrondse delen van de bestaande loods zal zeer voorzichtig te werk worden gegaan.

Op advies van de Walcherse Archeologische Dienst is daarom gekozen voor archeologische begeleiding tijdens de graafwerkzaamheden ten behoeve van de sloop van de loods en ten behoeve van de fundering van de nieuwbouw. De archeologische begeleiding wordt door een gespecificeerd bedrijf met een opgravingsvergunning volgens de KNA uitgevoerd. Dit vindt plaats op basis van een voorafgaand aan de begeleiding door de bevoegde overheid (i.c. de Walcherse Archeologische Dienst) geaccordeerd programma van eisen.